donderdag 25 maart 2010

De Naakte Waarheid


Zei ik in mijn vorige blog nog zo dat ik niet ging schrijven over naakte meisjes, is dat nu wel zo. Rated PG!

Onlangs heb ik voor een naaktmodel geïnterviewd. Een meid van mijn leeftijd die toevallig ook nog eens dezelfde opleiding doet. Dat was, to say the least, erg interessant. Het is een wereld waar ik weinig over wist. Waar ik eigenlijk, ondanks het openhartige gesprek met haar, nog steeds vrij weinig over weet. Het is en blijft immers een wereld ver van mij vandaan. Twee uurtjes meegluren veranderd daar op zich niet veel aan.

Maar even concreet. Zij had de stap naar naakt poseren genomen omdat ze een keer iets uitzinnigs wilde doen wat haar stiekem heel leuk leek. Leuk en doodeng. 'Afrekenen met demonen en angsten', noemde ze het. Alsof het iets heel gewoons en luchtigs was. Alsof het niks voorstelde.

Ik droom nog altijd het liefst met mijn kleren aan

Toch vind ik het knap. Ik bedoel, ik zou het echt niet kunnen. Daar naakt staan met all eyes on you. Nee, zeg, dankje. Ik snap best dat de studenten van de kunstacademie (want daar poseert ze voor) het menselijk lichaam moeten leren tekenen. En dat daar een levend voorbeeld bij helpt, is logisch. Ook heeft ze gezegd dat ze 9 euro per uur krijgt om te poseren. Dat is best veel. Niet super veel, maar toch. Verder is de sfeer daar kennelijk 'heel rustgevend' zodat je 'lekker weg kunt dromen'. (Dan ben ik dus toch een beetje van de oude stempel, want ik droom nog altijd het liefst met mijn kleren aan)

Waar ik ook bewondering voor heb, is haar zelfvertrouwen. Het is voor een living Barbiedoll natuurlijk maar al te gemakkelijk om daar te gaan staan - maar als je zelf niet helemaal tevreden over jezelf bent, ligt het toch flink anders. Dan lijkt me dat nog moeilijker. Die 'artiesten' zien immers alles. Elk kuiltje, bultje, rimpeltje en haartje. En dan mogen ze nog zo 'professioneel' zijn en 'helemaal niet geilen op jouw borsten en billen', maar van dat idee zou ik stapelgek worden. Want zij zei het al; "Je kunt je nergens achter verstoppen."



Misschien dat ik daarom met de standaard verwachting naar het interview was gegaan dat ik waarschijnlijk met een supermodel uitziend meisje zou praten. Maar dat was helemaal niet zo. Niet om haar te bekritiseren, maar het verraste me enorm toen zij me op mijn schouder tikte. Ik had een typisch blondje verwacht met fonkelende blauwe ogen en eindeloze benen - niet zomaar een meisje van de straat. Iemand die je vast zo voorbij zou lopen, zo onopvallend en gewoon was ze. Toen ik mezelf op die gedachte betrapte, voelde ik me bijna schuldig.

Maar ze gaf het zelf al snel toe; ze was inderdaad geen model type. Het tegenovergestelde zelfs. En ze had, nadat ze zich telefonisch had opgegeven, nog maar snel even teruggebeld om te checken of haar uiterlijk wel in orde was. "Bij kunst gaat het niet om het tekenen van mooie mensen, maar echte mensen," kreeg ze te horen. "Daar hoort variatie ook bij." Er is dus een duidelijk verschil tussen het zijn van naaktmodel en commercieel model. Daar heb je wel van die absurde en strenge voorkeuren. Size zero, anyone?

Wat verder niet te vergelijken is, is volgens haar de kunstwereld en de porno industrie. "Naakt en naakt is niet hetzelfde. Bij de een gaat het om het uiten van creativiteit en het leren van een vak, terwijl het bij de ander gaat om het opwinden van mensen". Dat is volgens haar bij het naakt poseren helemaal bij de kunstacademie niet aan de orde. Nog voor geen 1%. Als ik dan ook het woord Playboy of naaktkalender laat vallen, werpt ze me een afkeurende blik toe. Dat is maar 'bah'. Tja, ik kan haar geen ongelijk geven. Aan de gehele bevolking van vieze mannetjes tentoongesteld worden staat ook niet bepaald op mijn to do list...


Volgens haar zijn er bij de kunstacademie geen 'vieze mannetjes' bij. Dus dat is weer een zorg minder. De studenten en hobby schilders zien haar enkel en alleen als vorm. Iets wat ze moeten weergeven. Dus geen sexy lichaamsdelen, lange wimpers en zachte huid. Toch vraag ik me af - en dit klinkt misschien heel grof- of ze niet liever een aantrekkelijk en strak-in-het-vel model tegenover zich hebben staan dan een uitgezakte desperate housewife. Want iedereen kijkt toch at the end of the day het liefst naar mooie mensen?

Ja. Dat weet ik, voor zover ik kan, zeker. Een gezellige dikke dame zou ik persoonlijk namelijk ook niet aan mijn muur willen. Nee, we willen schoonheid. Sensualiteit. En daar hebben we toch een bepaald beeld bij. Zoals ik al in mijn vorige blog zei; het oog wil ook wat. En dat is gewoon zo. Everybody knows it.

maandag 22 maart 2010

The beauty of politics

Nee, mensen, geen post over naakte meisjes. Sorry ;)

Stemmen, het hoort erbij. Als mens laten we doorgaans graag onze stem horen, waar het maar kan. Of anderen er nou op zitten te wachten of niet. Onze mening is belangrijk en die moeten we kwijt.

Toch is het altijd weer een strijd om ons naar het stemhokje te lokken. (een beloning uitloven dan maar? Leuke trip naar Hawaï? Nee, gekheid..) Anyway, ik ben iemand die meestal wel gaat stemmen. Die braaf naar het gemeentehuis huppelt met haar paspoort in d'r tas.

En geloof me, zoveel weet ik ook niet van politiek. Dus waarom stem ik eigenlijk? En hoe weet ik in Godsnaam wie ik moet kiezen? Het aanbod is overvloedig, het lijkt wel een gangpad van de Albert Heijn.. Maar het is niet zoals bij het Eurovisie Songfestival dat je 12, 10, 8, 6 etc. punten kunt geven aan je lievelingen. Trouwens: dat zou het alleen nog maar gecompliceerder maken - wie heeft vandaag de dag nou nog een 'favoriete' politicus? Vooral wat de gemeentelijke partijen aangaat. (als ik daarvan 1 persoon weet te identificeren, is het veel...)

Volgens mij ben ik er achter gekomen hoe het werkt. Ze zeggen vaak 'het oog wil ook wat' en ook in dit geval is het waar; je gaat al snel voor degene met de meest flitsende/mooie/sierlijke naam. Tenminste ik wel. Dat of ik stem op iemand met de naam van een vriend of familielid. Dan is het toch persoonlijk, al is het natuurlijk een onzinreden.

Maar echt; bij mij legt Piet Steen het af tegen Michiel Vlinder en ook hoeft Tienus Waffelaar niet te hopen dat hij het wint van Patrick Zwaanhout. Daar komt nog bij dat ik ook vaak, als er eentje aanwezig is, op een vrouw stem. Uit solidariteit wellicht. Moet ze natuurlijk wel een mooie naam hebben die tot mijn verbeelding spreekt. Een Anneke Blok of Juultje Melkert gun ik geen blik waardig.


Hadden hun ouders maar beter moeten nadenken over de toekomstige carrières van hun kinderen. (maar goed, we leven nu in een tijd waarin celebrities hun kroost naar fruit of wetenschappelijke gebruiksvoorwerpen noemen) Toch is het zo: een naam heeft een groot effect op je leven. 'Koen poep in je schoen' is niet alleen vervelend op de middelbare school, het motto blijft altijd aan je plakken.

A rose by any other name would still smell as sweet? Nou, nee. Zo simpel is het niet. Dingen klinken of mooi, of lelijk. Daar kun je verder weinig aan veranderen. zo is het woord 'teennagel' alleen al veelzeggend en hoef je over 'oorsmeer' geen twee keer na te denken voordat je inziet dat het een nare betekenis heeft. En kanker klinkt op zich al zo hard dat je er weinig romantische gedachten bij kunt hebben. Bah.

Maar goed, van oorsmeer terug naar politici. Het is wetenschappelijk bewezen dat knappe mensen succesvoller zijn in hun leven dan lelijke mensen. Dan is het toch reëel om aan te nemen dat mensen met een 'knappe' naam evenals een betere kans hebben op een succesvol leven? Misschien had Wilders daar wat eerder bij stil moeten staan. Want met een Gerard Wilgenbloem zou men op slag meer sympathie hebben. N'est ce-pas?

woensdag 10 maart 2010

Cupid's Countdown


Ik zat vandaag in de trein. Nee, niks nieuws. Ik zit elke dag in de trein, soms heb ik bijna het gevoel dat ik er woon. Maar daar gaat het niet over: wat doe je altijd als je onderweg bent? Je kijkt uit het raam. Ja, ook jij.

Het is absurd, maar vandaag (na een lange schooldag) dacht ik bij mezelf; hoe vaak kijk ik wel niet uit het raam zonder iets te zien? Je hebt immers je Ipod of zit je daar met je boekje te vermaken. Entertainment for one. Praten met een ander doe je niet snel meer. Dat is zo passé. Ja, of je moet al willen weten of jouw halte al is geweest.

Op deze manier mis je wel veel. Veel interessante gesprekken. Interessante mensen. Interessante ideeën? Misschien ook wel. Dus als je afgeleid bent door alles wat zich buiten afspeelt, laat het het dan waard zijn. Doe iets, zoek naar iets. Vandaar: mijn nieuwe missie. Nouja, 'missie' dat klinkt ook gelijk weer zo dramatisch.


Het leek me gewoon wel leuk: jongens spotten. Niet passief even gluren, nee, echt goed kijken. Zit er iets leuks tussen of valt het allemaal gewoon tegen? Als veteraan single is dit behalve een geinige opdracht ook nog een nuttig tijdverdrijf. Zo blijf je immers scherp.

Want het zit zo; ik zeur nog wel eens. Dat er geen leuke jongens zijn. Dat ik niet verliefd schijn te kunnen worden. En nou hoef je geen medelijden met me te hebben, hoor - I'll survive, maar ik vroeg me puur uit nieuwsgierigheid af wat voor oordeel ik zou vellen als ik eens goed mijn ogen open zou doen.

Leuke jongens tellen, dus.

Dat is wat ik de komende week (of wat er nog van over is) ga doen. Komend weekend zal ik de score bekend maken. Dan zal ik zeggen wat de vangst precies is. Ik hoop toch dat ik minstens boven de twintig kom, zeg. Anders kruip ik direct weer onder mijn steen.

---> So, beware! I might be watching you...



Het is triest. Diep triest. Maar het resultaat van mijn 5-daagse experimentje doet me wel aardig veel denken aan een jaren '80 hit van Bonnie Tyler. Iedereen die de tekst kent, mag meezingen. Voor de anderen zeg ik alleen dit:

"where have all the good men gone?
And where are all the gods?
Where's my streetwise Hercules
To fight the rising odds?
Isn't there a white knight?

Isn’t there a white knight upon a fiery steed?
Late at night I toss and turn and dream of what I need

I need a hero!!!"

zaterdag 6 maart 2010

Flair


Vandaag heb ik iets nuttigs gedaan. Niet schrikken, maar ik heb me georiënteerd op mijn stage. Niet op een vaag idee waar ik zou willen werken of een branche waarin ik me thuis zou voelen (want dat wist ik toch al lang) maar echt een plek. Een tijdschrift. Iets met mode of lifestyle, dat had ik van te voren al bedacht. Dus wat ben ik gaan doen? Ik ben naar de Albert Heijn gegaan. Natuurlijk.

Ik moest toch even wat dagelijks boodschapjes halen (olijfjes, druifjes, sapjes) dus dacht ik; dan haal ik gelijk even een hele dosis magazines om door te bladeren. Nee, niet bladeren; lezen. Onderzoeken. Analyseren. Doorspitten. Want het is toch een belangrijke beslissing? Yes. Vooral als je maar 1 stageperiode hebt.

Zoals de titel al doet vermoeden zat modetijdschrift 'Flair' bij mijn top 3. Op 2 heb ik 'Avant Garde' gezet en op 3 staat 'Red'. Als punten van criteria had ik:
- stijl ('general feeling' van het blad, zeg maar)
- kwaliteit v/d geschreven stukken
- kwantiteit v/d geschreven stukken
- creativiteit
- overeenkomsten in fashion in het blad en mijn eigen smaak
- uitvoering v/de interviews

Het was eigenlijk best wel moeilijk om echt een keuze te maken. Niet uit de stapel die ik uiteindelijk heb meegenomen, maar als je eenmaal voor die schappen staat. Schappen met wel honderd bladen. En allemaal willen ze iets van je. Willen ze je aandacht. Natuurlijk valt er altijd direct wel wat af, maar er blijft nog genoeg over. Gelukkig zijn tijdschriften nou ook weer niet zo goedkoop dus kon ik lekker streng zijn tegen mezelf, haha.


Wat me wel opvalt aan fashion magazines is dat het vaak (sorry dat ik het zeg) plaatjesboeken zijn. En ergens snap ik dat ook wel; show, don't tell. Typisch voorbeeld ervan. Maar toch valt me het gehalte van geschreven stukken tegen. En als er al een artikel in staat, zijn het vaak interviews of 'visies' en tips van fashionkenners. Toch een beetje mager. (net als veel van de modellen, tja, schot voor open doel)

Ik ben dus ook echt benieuwd hoe het er daar aan toe gaat. Misschien is het wel heel anders dan ik verwacht. Of misschien is er voor elk nummer wel een vaste quota voor fotoshoots en advertenties. Dat ze dan de teksten maar schrappen. Ai. Dat zou toch wel erg zijn. Ik bedoel, ik weet dat we tegenwoordig steeds ongeduldiger worden en alles maar 'on demand' bij ons thuis verwachten (voor acht uur graag) - maar het moet toch niet zo zijn dat we tijdschriften als soort comic gaan lezen.

Dat zou ik niet alleen jammer, maar ook gewoon zielig vinden. Shame on us, I say. Shame on us.


En dan hoop ik natuurlijk ook maar dat ze daar niet zo brutal zijn als bij Runway in The Devil Wears Prada. Dat je bij zo'n blad helemaal geen leven meer hebt en al na een paar dagen een nervous breakdown krijgt. Mja, dat zal vast wel meevallen. Dit is immers Amerika niet. Daar zijn ze pas echt goed knetter. *een proost op onze nuchterheid*

donderdag 25 februari 2010

Natte knieën, natte kont

Ik hoor je denken; wat een rare titel. Maar maak je maar geen zorgen. Ik doe niets wat niet mag. ;) Nee, ik ben samen met mijn zus afgelopen dinsdag wezen snowboarden. Of tenminste, dat hebben we geprobeerd. Het was pas een introductielesje, dus van het daadwerkelijke 'boarden' is weinig terecht gekomen. Wel heb ik geleerd hoe je goed moet staan en (niet onbelangrijk) hoe je goed moet vallen...!

Even een preview van ons met een ge-wel-di-ge helm op

Nou, de eerste les was op dinsdag. Het ging eigenlijk vrij goed. Dat wil zeggen; ik kon er dan wel niet veel van (zeg maar gerust niks) - maar ik was tenminste niet bang. En dat vond ik al heel wat. Je staat immers wel mooi met beide benen op een zo'n plank en op zo'n rolbaan die met verrassend snel tempo en een naargeestig gezoem naar achteren beweegt. De les duurde trouwens een uur. Nouja, niet helemaal omdat je 10 minuten les hebt, gevolgd door 10 minuten pauze. Dat wordt zo dan 3x herhaald, zodat je na die tijd een beetje op adem kunt komen. Totaal onnodig, dacht ik. Ik weet nu inmiddels wel beter...

Al met al, wat heb ik geleerd in twee lessen:
- staan
- opstaan na vallen
- knie aanraken (stang loslaten dus)
- dat je echt wel een helm en kniebeschermers nodig hebt.. au
- als je twijfelt val je
- als je bang bent val je
- als je verkeerd staat val je
- als je naar iemand moet luisteren en/of kijken val je
- de baan is nat. Erg nat.
- ik heb kippenkracht


Maar; first things first. Ik heb allereerst een helm uitgezocht. Jammer genoeg was de roze slechts in kindermaten verkrijgbaar (snowboarden is kennelijk geen fashion statement) en heb ik de witte maar uit het rek gepakt. We moesten daarna kijken met welk been we 'voor stonden', zoals ze dat noemen. Dit houdt niets meer in dan met welk been je, je raadt het al, naar voren staat. Het meisje van de kassa gaf ons spontaan een klein duwtje en keek of we met links of rechts naar voren stapten. Ik was rechts. Mijn zus ook. (wat wel apart is sinds ze linkshandig is..maar goed)

Na een snel Kodak moment te hebben vastgelegd (zie hierboven), grijpten we ons board en haasten we ons, zo casual mogelijk natuurlijk (wij zijn immers geboren snowboarden, dachten we nog) naar de baan. Toen ging het gelijk al mis. Ik kreeg de riempjes van mijn schoenen niet dicht. De instructeur moest het voordoen, maar ik bleef knoeien dus deed hij het maar gelijk. (klinkt misschien knullig, maar het is echt moeilijk, hoor!)

Anyway, toen mochten we dus beginnen. En ik bedoel het precies zoals ik het zeg; hij gaf in tien seconden een flits uitleg en riep direct: "Oké, we gaan beginnen!" Voordat ik er erg in had, raasde de baan naar achteren met dat vervelende, nare gezoem en gleed ik naar achteren. Ik lachte. Ik was immers blijven staan. Goed toch? Natuurlijk had ik geen idee dat je niet naar achteren moest gaan. Het was de bedoeling dat je met je gewicht naar voren drukte zodat je juist NIET naar achteren ging.



Oké, dat kan ik wel. Dacht ik tenminste. Trust me... dat is lastig, hoor. Vooral de eerste keer. Er was dan wel een ijzeren stang waar je je aan vast kunt houden (denk aan een soort barre als bij ballet), maar je hebt er niet veel aan - behalve dat je op de plek blijft waar je moest zijn. Namelijk aan de voorkant. Maar goed, als je op de grond ligt te krioelen, zal het wel niet tellen, n'est ce pas?

Dus, tweede probeersel van onze kant. (ja, ik zeg onze want ik was echt niet het enige kneusje dat was gevallen - gelukkig!) En weer deed ik boem. En nog eens. En nog eens. Jezus, dacht ik nu; hoe doen ze dat toch? Hoe blijf je in godsnaam staan op dat board EN aan de voorkant? Is het wel mogelijk?

Op een gegeven moment, dat me vervulde met trots, merkte ik dat ook ik keurig netjes op mijn plek blijf staan - precies zoals het moest. Ik zag later pas dat de instructeur zijn voet op mijn board had staan en me stiekem aan het meehelpen was. "Goed zo! Zo moet het." Ik voelde me lichtelijk teleurgesteld en verontwaardigd. Dacht hij soms dat ik het helemaal niet kon? Tssss.



---------> ZONDAG: take 2 aaaaaand action!


Hij had me eigenlijk moeten zien toen ik zondag voor de tweede les kwam. Toen ging het super! (tenminste, het blijven staan - over bewegen en andere trucjes zullen we het maar niet hebben...) Maar voordat ik over mijn volgend snowboard avontuur ga vertellen, wil ik eerst even duidelijk maken hoeveel spierpijn je na een 1ste les überhaupt hebt. Dat is namelijk niet niks! En mijn zus en ik maar grapjes maken over hoe fit we waren, over hoeveel energie we wel niet hadden en hoe 'powerful' we ons voelden na die introductieles. Pffft. We hadden het kunnen weten - we were warned in advance. Maar goed, wij geloofden het niet. We waren immers niet wezen turnen.

3 dagen. DRIE dagen, dames en heren, heb ik last gehad van mijn: armen, benen, nek, knieën en andere lichaamsdelen waarvan ik alvorens het bestaan niet wist. En dat pas bij het wakker worden. (en geloof me, je wordt dan heeeeel leuk wakker...) Maar goed dat we niet direct in al ons enthousiasme een tweede les hadden geboekt op donderdag - dat waren we vastbesloten te gaan doen! - want dan hadden ze me echt terug kunnen rollen. All the way, baby. Nee, dan was zondag een strategisch goed uitgedachte constructie. Time to heal. Recover.


Het lijkt zó gemakkelijk, hè? Marketingtruc, volgens mij...

Maar goed, over de 2e les: die ging een stuk beter. In het opzicht dat ik de makkelijke dingen van vorige keer kon. Alleen hadden we een andere instructeur die weer geheel andere oefeningen had. (terwijl ik eigenlijk had gehoopt dat je de eerste paar lessen geleidelijk aan, stukje bij beetje wat ondergedompeld werd in de verschillende technieken en 'moves' - vergeet het maar!) Het leertempo gewoon erg hoog. Elke keer dat je denkt; oh, zo moet het ongeveer, staat hij alweer met zijn afstandbediening klaar en word er van je verwacht om het maar even te gaan doen. Ja, dus. De instructeur heeft een afstandbediening. Had ik dat al verteld? Nee? Nou, echt het is een hels ding. In een klik van 0 naar 100, zo voelt het ongeveer.

Wat ook niet hielp was het publiek die stond mee te gluren bij de tweede les. Er was namelijk een jongetje (jaar of tien, wat een rotleeftijd!) voor ons aan die privéles had. Hij had doodleuk zijn hele familie meegenomen. En dan heb ik het over opa, oma, mama, papa en broertje. Omg. Is dat nou fair? Dat ze ons steeds moeten zien vallen? Niet dat ik nou zo'n mietje ben, maar bepaald fijn is het niet als er een heel stel vreemden staat te kijken. Niet te praten over de gekken op het balkon... "Hey, meisje!" (je weet direct wat voor soort mensen het zijn)



Maar goed, ook zonder pottenkijkers was de les vrij pittig. Want je moest ineens gaan stoppen. Om dit voor elkaar te krijgen moest je met je board zijwaarts op je hakken gaan staan en je gewicht (remember, die baan gaat naar achteren terwijl jij naar VOREN moet) op de juiste plek moet leggen. Dat is een vre-se-lij-ke oefening. Let me tell you. Ik werd er nogmaals aan herinnerd hoe slap ik eigenlijk ben want wat ik ook deed (en ik heb het echt geprobeerd) belandde ik steeds weer 1) onder die balk 2) op mijn kont 3) op mijn knieën. Nice! En niet dat je van het boarden zelf nou zo moe wordt, maar van het vallen en opstaan (of zeg maar gerust 'omhoogkrabbelen') dat is echt een killer! Maar ik 'moest het maar blijven proberen' dan zou 'het vanzelf lukken'. Tssss.

Feit: als ik nog een keer 'tenen omhoog!' hoor, ga ik gillen. Echt waar!
Feit: de volgende keer privéles lijkt mij ook wel wat!
Feit: zelf een fancy snowboard kopen in een leuk kleurtje laat ik nog maar even zitten...

And then there was (no more) light...


Stroomuitval. Altijd leuk. Toch?

Ik zat in mijn kamer en zat net middenin een aflevering van Desperate Housewives toen ineens het geluid samen met het licht wegviel en ik in het donker overbleef. Huh, dacht ik nog. Ik zal toch niet mijn stopcontact hebben opgeblazen door mijn intens computerverbruik? (je weet immers maar nooit!) Dat was niet het geval. Dat zag ik al wel toen ik me omdraaide en uit het raam probeerde te kijken. Alles lag plat. Bij de buren en de overburen en de overburen van de buren. Alles. Plat. Helemaal.

Toch bekroop mij dat naïeve gevoel van koppigheid en moest ik nog even het lichtknopje proberen. Nee. Deed het niet. Goh. Ik strompelde voorzichtig naar beneden (in het donker merk je pas hoe goed je je huis kent, zeg!) om te kijken hoe het beneden ging. Op de gang hoorde ik mijn ouders al lachen en roepen. Daar was het dus ook mis. Gelukkig had mijn moeder binnen no time alle kaarsen aangestoken en kon ik weer fatsoenlijk met mijn ogen knipperen.


Maar toch vond ik de situatie na verloop van tijd wel wat hebben. Het heeft toch wel iets. Geheimzinnigs of zo. Het brengt je meer in contact met het oude. Wat dat ook mag zijn. De sfeer van het mysterieuze en de onontkoombare aard van de doelloosheid (want wat kun je in godsnaam vandaag de dag nog doen URENLANG zonder stroom?) heeft iets aparts en interessants.

Bij mij zorgde het ervoor dat ik uit het raam bleef turen – bijna in ongeloof van het stille niks daarbuiten. Al hoorde ik later dat het alleen maar onze wijk betrof, leek het alsof de hele wereld was verdwenen. Niks was er behalve een zwarte horizon. Net het smoke monster uit Lost, maar dan nog veel groter.

Toch had het niets ongeruststellends. Het was eigenlijk wel fijn. Alles is ineens veel kleiner, veel dichterbij. (al is dat natuurlijk helemaal niet zo – alles was nog steeds keurig netjes op zijn plek, alleen zag je het niet meer) Het zet je toch wel aan het denken. Over hoe je leeft en wat er vandaag allemaal mogelijk is wat vroeger als wonder zou worden gezien.


Helaas dacht ik pas aan het woord ‘zaklantaarn’ toen ik al eenmaal naar de wc was geweest. Typisch. Maar goed, dankzij onze flinke voorraad sfeerkaarsjes konden we rustig ademhalen. Ze stonden dan ook door het hele huis. Ook in mijn kamer. Stom want internet lag er immers uit. Geen Desperate Housewives meer vanavond. Ik begon me dus zelf aardig desperate te voelen. In een leesstemming was ik niet bepaald en om nou maar met mijn Ipod in mijn oren op bed te gaan liggen….

Geen wonder dat iedereen vroeger altijd zo fit was. Als de hele wereldbevolking er een gewoonte van zou maken om dagelijks keurig om half tien naar bed te gaan, zouden er vast en zeker heel wat meer lachende mensen rondlopen.

Afijn, om half drie werd ik wakker gemaakt door een plotseling fel verlichte kamer. Hmmm, had ik dan toch de verkeerde stekkers er uit gehaald? Tja, in het donker lijkt alles hetzelfde.

Als ik kleermaker was geworden...

(was ik nu rijk)

Ik heb kleren. Veel kleren. Iedereen die me kent weet dat. Iedereen die me kent zegt dat. Ach, het is een compliment toch? Toch? Zo vatte ik het altijd op. Maar op een gegeven moment gaat er wel een lichtje bij je branden; hmmm, zou ik het maar een keer uit gaan zoeken. Gaan sorteren.

And so a plan was born. Naja, meerdere keren - alleen kwam het er vaak niet van. Vorige week was anders. Toen had ik er ineens zin in. Met mijn nieuwe Alicia Keys cd voor de nodige arbeidsvitaminen begon ik aan mijn missie.


Eerst heb ik alles per kleur (gelukkig was het al op kleur geordend, anders was het pas een klus geweest!) uit mijn kast verwijderd en op mijn bed 'gedeponeerd'. (zeg maar rustig geflikkerd) Uit al mijn enthousiasme + frustratie. Because I love my clothes. Maar geloof me, je had ook niet alles netjes opgevouwen als je voor mijn wardrobe had gestaan...

Ik heb de zolder afgezocht naar een geschikte kartonnen doos. Eentje die groot en sterk genoeg zou zijn om mijn kleding in kwijt te kunnen. Een verhuisdoos dus. Ja. Met de cd op repeat kwam ik er in een uurtje of twee wel doorheen. En de doos is (met gemak) vol gekomen.

Dus ja: genoeg dingen die ik al in maanden (soms zelfs jaren) niet meer aan had gehad en veel dingen waarvan ik dacht dat een vriendin of random Marktplaats persoon er misschien iets aan zou hebben. Tja, I'm a fan of fashion. Spullen zat om anderen blij mee te maken, dacht ik zo.


De mooiste dingen heb ik terug geplaatst in mijn kast. De jurkjes, overhemden en fragiele shirtjes op hangertjes en de gewone shirtjes op de plank. En hoe kan het nou dat ik alsnog drie stapels over hou daar boven? Was ik daar ook niet mee begonnen? Of misschien zijn het nu andere stapeltjes?

Ach, ik kan ook niet toveren. I'm just a girl.

En ja, ik kon het niet laten om mijn collectie enigszins creatief in beeld te brengen. Al die laagjes op elkaar. Ik moet toegeven dat het best wel iets desktop-achtigs heeft. Of zoals Rufus Wainwright al zong; "pretty things, so what if I like pretty things?"


I love fashion and damn proud of it!

Wat is red zebra?

En heleboel dingen. Het is een 'state of mind'. Of een ding natuurlijk. Het is alles. Wat je maar wilt. of dat nou...



een hippe nieuwe tas is....



of een geinige onderbroek...


...een blitse zonnebril


of misschien een paar killer heels...


of toch een verjaardagstaart...


Je kunt het zo gek nog niet bedenken (en dat heb ik dus heus wel gedaan), dát kan het zijn. Lekker gek. Ontspannen. Experimenteel. Origineel. Eigenwijs. Grappig (of het nou de bedoeling is of niet) en boven alles zoet. (of misschien zeg ik dat alleen omdat ik net een bitterkoekje gehad heb.. al had ik dan maar beter 'bitter' kunnen zeggen)

Het maakt ook niet uit. Het is mijn blog. Ik kan zeggen wat ik wil. Ha! Heerlijk gevoel.

Zeven dagen zonder internet...


Nachtmerrie of ontsnapping???



Ik geef het graag toe; vandaag de dag zijn we behoorlijk verwend. Met alle gadgets van tegenwoordig zijn we altijd en overal on-line en up to date. Zelf moet ik bekennen ook een behoorlijke media consument te zijn. Informatie is goud waard, is het niet? Als je een dag of twee je e-mail niet hebt gecheckt of er niet toe in staat bent geweest de songtekst van je favoriete nummers via het world wide web op te sporen, voel je irritatie in forse mate toenemen. Tenminste, in mijn geval wel. Daarom leek het me wel een leuk (of beter gezegd interessant) idee om te kijken hoe ik een week zonder internet zou functioneren. Voordat ik er aan begon, keek men me al meelijvol aan. Zou het dan zo erg zijn?


Dag 1
Ik heb eerst maar even mijn contacten vertellen van mijn 7-daagse afwezigheid verteld. Anders zullen ze nog denken dat er iets ergs is gebeurd of dat ik ze met opzet negeer. Dan hou ik straks geen vriendjes meer over op hyves. Ach, de meesten moesten er wel om lachen. Ze zeiden dat het een grappig idee was, maar dat ze het me niet graag na zouden doen. Hmmm, zou grappig een nieuw synoniem voor gestoord zijn? Ik heb het gevoel van wel.

Dag 2
Het gaat nog steeds vrij gemakkelijk. Alleen heb ik wel ontdekt dat het regelen van interviews nu stukken moeilijker is omdat mailcontact wegvalt. Misschien hoort het bij de zeitgeist van tegenwoordig, maar men zegt al snel; mail me het maar. Zo blijkt maar weer dat de echte wereld een stuk onbereikbaarder is dan de digitale wereld. Gelukkig heb ik vandaag de telefoon opnieuw ontdekt. En komt tot zien; hij doet het nog steeds! Nog iets positiefs: Door gebrek aan internet ga je bewuster om met de tijd die je hebt. Oké, in mijn hoofd klonk het iets spannender dan op papier…



Dag 3
Vandaag had ik een drukke dag, vol gepland met interviews. Ik had dus geen tijd om in de verleiding te komen. Zelfs in de mediatheek liep ik zonder problemen alle computers voorbij. Ha! Personal victory. Wel begin ik een praatje met mijn vrienden te missen. Nieuwe ontdekking: sms’en staat gelijk aan msn’en. Alleen is het stukken duurder. Shit.

Dag 4
Aangezien ik gisteren alle interviews gepland had, heeft mijn experiment geen effect meer op mijn schoolprestaties. Toch een opluchting. Onbedoeld staar ik toch een paar keer naar het wireless icoontje onderin mijn taakbalk. Er zit een lelijk rood kruis doorheen. Ik probeer mijn Firefox-reflexen in de ijskast te zetten en herinner mezelf eraan dat ik eergisteren nog zo beloofd had om mijn zus en beste vriendin te bellen. Nog steeds niet gedaan. Foei.

Dag 5
Uitgeslapen tot negen uur, daarna les en nog een interview. Ik moest trouwens nog erg lachen om een vriendin die me die avond even een paar vragen wilde stellen. ‘Oh, nee, dat kan niet. Jij hebt immers geen internet,’ riep ze ineens. Het woord telefoon moest ik bijna spellen. Tja, internet is als een familielid, ‘hij’ hoort er gewoon bij. Telefonie lijkt daarentegen wel een onpopulaire achterneef die iedereen met opzet vergeten is.

Dag 6: eindelijk weekend!
Zaterdag heb ik uitslapen tot kunst verheven. Half twee, dames en heren. Volgens mij vooral uit zelfbescherming. Een soort; als ik niet wakker ben, kan ik ook niet zondigen. Of ik moet al slaapwandelend achter mijn laptop plaatsnemen. Wat me trouwens steeds meer opvalt is de automatische en nutteloze natuur van internet. Vaak start je de browser alleen maar op uit verveling, omdat je even iets te doen wilt hebben. Ontdekking: internet is in 80% van de gevallen pure tijdvulling. (alsof we dat nog niet wisten…)

Dag 7
Zondag was een dag om niet trots op te zijn. Mijn irritaties en nieuwsgierigheid naar opdracht-gerelateerde e-mails dwongen me mijn experiment te staken. En mocht je je afvragen wat voor zin en onzin er zich in zes en een half dagen in je inbox verzameld, het antwoord is 34. Damn.

Oh, ook wel 'leuk' om te weten; nog binnen het eerste uur dat ik weer on-line was, werd ik getrakteerd op een virus. Een hardnekkig virus waardoor mijn laptop gewoonweg onbruikbaar was. Ironisch: ja - eerlijk: hell no! Wat is dat nou voor beloning? Tsssss....

Niet alweer een blog...!


Ik weet het, ik weet het... het is super irritant en sneu van mezelf, maar ik ben alweer een wachtwoord kwijt (en mijn e-mail adres zelfs dit keer) dus tada; een nieuwe blog!

Vreemd en geweldig tegelijkertijd hoe gemakkelijk het is om nog een blog aan te maken. Nog een plekje voor mezelf. Alsof al die anderen nog niet genoeg waren om mezelf aan te wereld te tonen (zo interessant zal ik toch heus niet zijn?)

Nee, ik wil wel een blog die ik ook echt bij zal houden, niet dat hij na een handjevol posts alweer doodbloedt. Dat is niks. Dat is geen blog, dat is een mini dagboek. Nog niet eens.

Hmmm.. Ik zal deze keer echt beter mijn best doen. (hey is dat niet dezelfde belofte die ik de vorige keer maakte?)

Nouja, deze keer zal ik me er aan houden. Al betekent dat dat ik de hele muur van mijn slaapkamer van top tot teen moet beplakken met post-its waar in koeienletters mijn wachtwoord op staat. Ook een keer wat anders. Misschien zet ik nog wel een trend..